Veel mensen zullen hem niet kennen; Béla Tarr. Een Hongaarse filmregisseur en scenarist. Hij staat vooral bekend om zijn lange trage altijd-slecht-weer-hebbende zwart-wit films waarin hij de kwetsbaarheid van de menselijke beschaving vooropstelt. Nadat hij gestopt was met films maken in 2011, heeft hij een filmschool opgezet precies op de grens van Hongarije. Daar keek hij neer op  vluchtelingen die de grens niet over mochten steken. De woede die hij hierover heeft, heeft hij geuit op het vastleggen van zijn allerlaatste scene van 11 minuten, om in de tentoonstelling in EYE een statement te maken.

We komen de tentoonstelling binnen met de geur van asfalt en droge zandkorrels. Een windvlaag doet mij kippenvel geven. Als ik om mij heen kijk, merk ik dat er hekken met prikkeldraad om ons heen staan. Een niemandsland tussen hekken, zoals je op die foto’s ziet in het nieuws. Achter de hekken zie ik reizigers, kunstvluchtelingen, immigranten, illegalen. Het is alsof ik daar sta bij die grens en ik kijk. Ik kijk hoe zij daar achter die hekken moeten wachten op hulp. Hopeloos.

De tentoonstelling volgt met ruimtes met scenes van Béla Tarr die hij de afgelopen dertig jaar heeft gemaakt. Zo is er een scene waar de kijker een meisje ziet lopen met haar dode kat. Drastisch voor zich uit starend. Je zou denken dat ze verdrietig is om haar kat, maar eigenlijk heeft ze haar kat zelf gedood uit daad van wreedheid. Tarr wilt hier mee uitbeelden dat kinderen in films nooit echt een kind zijn.

We eindigen deze tocht met zijn allerlaatste scene. Een jongetje dat accordeon speelt. In deze 11 minuten veranderen de shots van close-up, naar medium, naar totaal en weer terug. Zo zien we dat ieder mens in een drukke omgeving toch alleen is. Tarr legt hiermee de vraag bij ons neer: Doet dit je wat? Blijf je kijken of ga je hiermee iets doen?

De tentoonstelling is te zien in EYE Filmmuseum tot 7 mei 2017.