Ik ben Pleun, ik ben 18 jaar oud, ik woon al mijn hele leven in Amsterdam en ik kan niet fietsen.

Dit klinkt misschien als een slechte grap. Veel mensen geloven het ook niet. Als ik het vertel, weet ik inmiddels wel wat ik kan verwachten. De een begint te lachen, de ander denkt het verkeerd verstaan te hebben en weer een ander zegt: “Oh, maar ik kan ook echt niet fietsen hoor!” Ik kijk daar niet raar van op, voel me ook niet beledigd en leg rustig uit dat ik een evenwichtsstoornis heb. Ik kan het dus écht niet.

Het komt er dus op neer dat ik als voetganger door het leven ga. Uiteraard is de tram mijn trouwe vriend en heb ik inmiddels op veel bagagedragers mijn bilafdruk achtergelaten, maar voor de korte afstanden in het dorp Oud-Zuid gebruik ik over het algemeen de benenwagen. Met alle gevolgen van dien.

De voetganger is namelijk een ondergeschoven kind. Niemand lijkt ooit rekening met ons te houden. Wel in theorie natuurlijk, als je naar de ontelbare stoplichten en zebrapaden in de stad kijkt. Maar als je als voetganger bij een groen stoplicht over probeert te steken, moet je niet vreemd opkijken zijn er een automobilist is die over je heen probeert te rijden. Als je als voetganger zelf voorrang neemt, word je getrakteerd op de chagrijnige blik van een bestuurder die vol op zijn rem gaat staan.

Ik weet niet erg veel van de verkeersregels. Op een grote driewieler heb ik in groep zeven mijn fietsexamen gedaan, maar dit was niet zo’n succes. Wel heb ik onthouden om als ik oversteek altijd rechts – links – rechts te kijken (en in Engeland links – rechts – links), iets wat ik ertrouwen. Hoewel,  misschien is dat een beetje optimistisch gedacht in het Amsterdam.

Nog irritanter is dat Amsterdam een bouwput is en dat hier nooit een einde aan lijkt te komen. Zodra de ene weg gemaakt is, wordt de andere opengegooid. Zo kon ik te voet het afgelopen schooljaar nauwelijks mijn school bereiken, omdat zowel de Beethovenstraat als de Ceintuurbrug afgesloten waren. Ook zag ik laatst dat de straat waarin mijn basisschool zit is veranderd in een stadsstrand. Als fietser kun je dan snel een omweg nemen, maar als voetganger duurt dit uiteraard langer. Soms proberen ze je te misleiden met loopplanken, maar na drie planken hap je alsnog in het zand.

Natuurlijk is mijn leven als voetganger niet alleen maar drama. Omdat ik me langzamer verplaats, geniet ik al zo van het hier en nu dat ik niet naar een cursus mindfulness hoef. En behalve bij het oversteken hoef ik niet zo op het verkeer te letten, dus ik kan altijd naar mijn favoriete muziek luisteren zonder andere weggebruikers in gevaar te brengen – iets wat fietsers wél doen. Bovendien hoorde ik laatst van mijn moeder – die wel kan fietsen, maar liever loopt – dat twee Amerikaanse onderzoekers hebben gemeten dat lopen onze creativiteit verandert. Ze kwamen op het idee tijdens een wandeling… Ik verwacht dus nog op veel briljante ideeën te komen tijdens mijn lopend bestaan.