Dat moment, dat je wekker op maandagochtend om half zeven gaat, om je te vertellen dat je langzaam maar eens je bedje uit moet gaan komen en dat je dag gaat beginnen. ‘Wees productief!’ Nee, liever niet. Het liefst draai je je nog eventjes om in de warme dekens en droom je verder over toen het leven nog mooi was. Je wekker gaat nog een keer, en nog een keer. Uit pure ochtendrazernij gooi je je dekens van je af en ga je rechtop zitten. Oké dan – nu moet je er wel uit, anders is het haasten geblazen.

Nou ja, mijn maandagochtend liep een beetje anders. Toen ik me weer omdraaide in de dekens gaf mijn nek een knak, die je hoort als mensen hun vingers kraken. Een knak waarbij normale mensen, zoals ik, de absolute rillingen krijgen. Want geef toe, het klinkt toch net alsof je vrijwillig je botten zit te breken? Plots nog een knak, ik dacht: ‘oh mijn god, wat is dit?’. Ik ging voorzichtig rechtop zitten en stond op. Het laatste wat ik me nog kan herinneren was dat mijn moeder haar hand naar me uitstrekte voordat alles zwart werd.

Ik heb geen idee hoelang ik buiten westen was. Kennelijk was ik gewoon bij toen ik uit huis werd getild, omdat ik anders door de brandweer naar buiten getakeld had moeten worden. Verschillende buren waren naar buiten gekomen om te vragen wie er zo aan het krijsen was. Ik kreeg complimenten over mijn charmante Star Wars-pyjama. Eenmaal gearriveerd in het ziekenhuis zag ik niks. Geen zwart, ook geen wit, of een andere kleur. Iemand tikte op mijn wang, vroeg of ik de pijn wilde aangeven op een schaal van 1 tot 10, ik gaf het een 8. Teveel, vonden ze. Ik voelde een prik in mijn arm. Nog een prik. ‘’We geven je nu iets tegen de pijn, je kan ervan gaan trippen, maar dat is helemaal oké, toch?’’ Ik stak mijn duim op. Doe vooral je ding.

In Game of Thrones heet een soortgelijk spulletje ‘Milk of the Poppy’. Het verlicht de pijn en bij een teveel ervan verlies je je bewustzijn. Wat ik kreeg ingespoten was dus morfine. Niet veel later zag ik, nadat mijn zicht was teruggekeerd, regenboogkleuren en zong ik de sterren van de hemel met mijn eigen versie van ‘Sinterklaas kapoentje’ en ‘10.000 luchtballonnen’. Toen de dokter zei dat ik te luid was, antwoordde ik met: “U bent te oud, dus u kunt het niet meer waarderen.” Die opmerking leverde me een tik op. Van wie weet ik niet meer. Ik vermoed van mijn zus of mijn moeder. Maar wat ik wel nog weet, is dat ik daarna een andere dokter kreeg. Meneer had nog andere patiënten.

Het duurde niet heel lang voordat ik elk scan en test had ondergaan en ze tot de conclusie kwamen dat ik zo gezond was als een vis. “Laat haar nog maar even liggen totdat de medicijnen zijn uitgewerkt, daarna mag ze naar huis,” zeiden ze en ik sloot mijn ogen tegen de slaap. Meteen gaf de vrouw me een por. “Wat er ook gebeurt, ze moet wakker blijven!” Daarmee liep ze de kamer uit. Ik keek mijn moeder aan. Ze schudde alleen haar hoofd voordat ze wat te eten ging halen voor zichzelf en de rest van het gezelschap, dat zich inmiddels had verzameld rond mijn bed. Mijn stiefmoeder kneep eventjes in mijn hand. “Don’t ever scare us like that again,” zei ze. Ik lachte alleen maar.

Toen de klok zes uur sloeg, mocht ik officieel naar huis. Door verschillende mensen werd ik vanuit de rolstoel de auto in gedragen en vastgeketend. Voor het geval dat, mocht ik mijn nek niet bewegen en liep ik de dagen erna rond met een idiote nekbrace. Na een paar weken was ik weer vrij om te doen wat ik wilde. Het schijnt een heel spektakel te zijn geweest: een jong meisje met zo’n ding om haar nek, dat een poging waagt tot soepel de trap opkomen. Ik hoop dat omstanders hebben genoten van mijn verschijning. Zelf vond ik het ook wel vermakelijk, naderhand.